donderdag 24 januari 2019

Het antwoord van de Christenheid op de Islamitische staat is Gods Rijk op Aarde

Michael-Sophia in nomine Christi


I.

“Valt de huidige opmars van de islamisering  nog te stuiten?”

De titel van deze derde versie van de aankondiging van deze lezingenreeks van het werk Antroposofische beschouwingen van het Nieuwe Testament van Valentin Tomberg (1900-1973) stamt uit een tweedelige toespraak die de vertaler en uitgever Robert Jan Kelder gegeven heeft tijdens de herdenking van de moord op Theo van Gogh op 2 november 2018 bij het plaats delict op de Linnaeusstraat en bij het monument “De Schreeuw” in het Amsterdamse Oosterpark.  Zich baserend op de true crime Doodlopende weg  van wijlen Slobodan R. Mitric, beter bekend c.q. miskend als Karate Bob, werd in de toespraak bij het plaats delict o.m. naar de nog steeds niet opgehelderde en als samenzweringstheorie doodgezwegen politieke achtergrond van de liquidatie van Theo van Gogh verwezen en aan de betrokkenheid van de overheid en geheime diensten gememoreerd die de dodelijke afstraffing door een Islamitische moordcommando voor het beledigen van Allah gefaciliteerd hebben om op die machiavellische manier deze lastpak eindelijk kwijt te raken en om tevens daarmee een dreigende opstand van de Islamitische gemeenschap in binnen-en buitenland de kop in te drukken (Deze toesprak is hier op YouTube te volgen.)
            Tijdens de herdenking iets later bij het monument  werden o.m. enkele zinnen voorgelezen uit een brief van de Servische journalist Dusan Tesic Luzanski aan zijn vriend  en schrijver Mitric, die gepubliceerd is in Doodlopende weg, en die als volgt luiden: “De Islam is het politieke leven van een Europees land binnengedrongen [i.e. Nederland]. Een van de rijkste en meest democratische landen. Ik heb in mijn boeken al geschreven dat het derde millennium zich kenmerkt door de onstuitbare opmars van de Islamisering van Europa. Is dat juist? Jij woont daar en bent beter op de hoogte van de dramatische tijden die Europa nu beleeft. Dit is de derde Islamisering van Europa in de laatste vijftienhonderd jaar, alleen is het deze keer niet te stoppen en permanent. Beseffen de Nederlanders wel wat er met hen gebeurt?  En wat is de officiële reactie op je boek?”
            Als een gedeeltelijk antwoord hierop konden uit het Ten geleide en verantwoording van de uitgever “Valt de huidige opmars van de islamisering  nog te stuiten?” de volgende slotzinnen, ondanks enig tumult, ten gehore gebracht worden: “Het boek wordt afgerond met een korte ontstaansgeschiedenis en weergave van de doelstellingen van de uitgeverij, die als stichting genoemd is naar de hoofdfiguur van het episch gedicht Willehalm van Wolfram von Eschenbach over de oorspronkelijke Willem van Oranje uit de 9de eeuw. Deze paladijn van Karel de Grote en stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis in Zuid-Frankrijk werd in de 11de eeuw benoemd tot beschermheilige van de ridders, vooral vanwege zijn moedige strijd om de tweede opmars van de islamisering van Europa door de invallende Moren uit Spanje een halt toe te roepen. Moge deze beschermheilige, die met een door hem tot het Keltische- of Graalchristendom bekeerde Arabische prinses Arabelle getrouwd was, een inspiratie zijn om de volgens Lužanski’s onstuitbare huidige opmars van de islamisering niet op gewelddadige fysieke, doch op doorgans vreedzame, maar wel doortastende spirituele wijze een halt toe te roepen.”
            Vervolgens haalde de spreker een ook door hem uitgegeven boek Willem van Oranje, Parzival en de Graal – Wolfram von Eschenbach als historicus van Werner Greub aan, met name het hoofdstuk waarin uitvoerig beschreven wordt hoe de stichter van het Oranjehuis in staat was zijn tweede vrouw Arabelle tot het christendom te bekeren, en trok daar enkele conclusies voor de huidige tijd uit: “Dit is een historisch precedent  voor de manier waarmee we onze Islamitische burgers kunnen benaderen, voor zover de Islam een spirituele zaak is. Maar dat is het niet [alleen], de Islam is ook een politieke zaak, een ideologie, die moet je dus politiek bestrijden. Want je kan de spirituele, religieuze Islam niet met politieke middelen bestrijden, zoals Wilders dat wil, dat moet je op spirituele, christelijke, ja Graalchristelijke manier doen, zodat we een antwoord hebben op de mars, op de leus van de Islamieten die een Islamitische staat willen maken van de hele wereld. Een als christen, en ik spreek alleen voor de christenen, hebben we daar een antwoord op. Een dat zal je misschien verbazen, maar het is eigenlijk heel voor de hand liggend. Het antwoord op de Islamitische staat is Gods Rijk op Aarde dat Jezus Christus gesticht heeft en dat wij moeten voortzetten… (De opname is hier te zien.)

II.

De  Antroposofische Vereniging als Graal voor het Nieuwe Christendom 

Een poging om Gods Rijk op Aarde dat tijdens het mysterie van Golgotha door Christus Jezus gesticht werd voort te zetten kan gezien worden in de heroprichting van de  Antroposofische Vereniging door  Rudolf Steiner en de zijnen tijdens de zog. Kerstbijeenkomst 1923 in Dornach, Zwitserland als een gemeenschappelijke bewustzijnsschaal voor de inwoning van de hemelse antroposofische beweging  op aarde, een beweging die in de geestelijke wereld al eeuwen eerder was voorbereid door de huidige tijdsgeest Michael en de zijnen alsmede de heilige Sophia en die Rudolf Steiner ook als “Het Nieuwe Christendom” gekarakteriseerd heeft.  Dit is een kennischristendom van dienst aan de Aarde en het sociale organisme als lichaam van Christus dat het geworden is door  Diens geboorte na de opstanding toen Hij de discipelen verscheen als geest van de kosmische liefde.  Als tegenhanger tot dit “Nieuwe Christendom” sprak Rudolf Steiner uitvoerig over wat hij noemde het door de onrechtmatige vorst van deze wereld geïnspireerde “Nieuwe Arabisme”.  Daarbij bedoelde hij niets anders dan het materialistische natuurwetenschappelijk denken in Europa dat vanaf de 16de eeuw, voorbereid al eeuwen eerder door de Arabische empirische wetenschap, opkwam en dat alle fenomenen meent te kunnen verklaren in kwantitatieve termen van gewicht, maat en getal en dat zodoende niet alleen het driedelig mensbeeld van lichaam, ziel en geest gereduceerd heeft tot het louter fysieke of zelfs sub-fysieke, maar dat ook het traditionele geloof in de heilige Drie-eenheid van God de Vader, God de Zoon en God de Geest als bijgeloof of slechts als symbolische betekenis opzij gezet heeft en vervangen door de onheilige drie-eenheid van stof, kracht en toeval.
            Één van Rudolf Steiners voornaamste leerlingen was de christelijke hermetist Valentin Tomberg (1900-1973) die van 1939 tot 1944 in onze hoofdstad woonde (op de Berkelstraat) en als spreker ook hier te lande diepe indruk maakte met zijn Rudolf Steiner en het Nieuwe Christendom aanvullende voordrachten voor de Antroposofische Vereniging over o.m. Innerlijke Ontwikkeling volgens de weg van de Rozenkruisers en de Vier Christusoffers en de verschijning van Christus in het etherische.

III.

Antroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament

Als het vervolg op de toespraak bij het monument De Schreeuw en al vele eerdere publieke gelegenheden, zoals tijdens het Jeroen Boschjaar 2016, en ook binnen de Antroposofische Vereniging,  organiseert nu de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.), die zich tot taak heeft gesteld het Nieuwe Christendom te bevorderen en te beschermen, onder het motto “Michael-Sophia in nomine Christi” en de titel “Het Nieuwe Christendom”  zondagsmiddags 27 januari en 10 februari voorlezingen door de vertaler Robert Jan Kelder van de eerste twee van de twaalf hoofdstukken uit het werk Antroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament van Valentin Tomberg.  De voorlezingen (met commentaar) kunnen separaat bezocht worden. Er wordt een thee- of koffiepauze ingelast en na de lezing is er mogelijkheid tot vragen en/of gesprek. Bij voldoende belangstelling kunnen de overige 10 hoofdstukken en de rest van Tombergs inspirerend drieluik over de Bijbel hopelijk later ten gehore gebracht worden.

Programma:

I.  Zondag 27 januari, 14:30 -18:00 uur:  Inleiding door de spreker Robert Jan Kelder op Het Nieuwe Christendom gevolgd door hoofdstuk I: “De verzoekingen in de woestijn”
II. Zondag 10 februari, 14:30 -18:00 uur: Hoofdstuk II: “De uitwerking van de verzoeking in de missie van Christus Jezus op aarde en in het lot van de mensheid”

Locatie: Weteringschans 74, 1017 XR Amsterdam (het pand naast de antroposofische artsenpraktijk); aanbellen bij de grote Zaal.
Informatie: Willehalm Stichting, Kerkstraat 386a, 1017 JB Amsterdam; info@willehalm.nl
Tel. 06-23559564; 020-6944572; http://willehalminstituut.blogspot.nl  
Toegang: Gratis, aanmelding is niet nodig; vrijwillige donatie gewenst (richtbedrag 10 Euro)
Noot: Op http://Jezus-van-Nazareth.blogspot.nl   zijn alle 12 hoofdstukken over het Nieuwe    Testament reeds te bestuderen. Ook met links naar de andere twee beschouwingen van Valentin Tomberg over de Bijbel.  
Over de Willehalm Ridderorde (i.o.) zie: http://Willehalm-ridderorde.blogspot.nl   

dinsdag 3 maart 2015

"Stad op de berg in het Derde Rijk der Hemelen" - Bericht over Hoofdstuk 5 en aankondiging van Hoofdstuk 6 over Het Onze Vader


Op 1 maart j.l. werd  in het kader van de reeks voorlezingen "Het Nieuwe Christendom - Ter herkerstening van de Lage Landen" het 5de hoofdstuk"Zielsmatige ontwikkelingswegen en geestelijke lotswegen in verband met de Zaligsprekingen van de Bergredeuit deel II "Antroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament" van het in vertaling zijnde boek "Jezus van Nazareth en het mysterie van de Heilige Graal" van Valentin Tomberg door de vertaler Robert Jan Kelder in de bibliotheek van het Willehalm Instituut te Amsterdam ten gehore gebracht. Dit hoofdstuk 5 is nu, tezamen met de vier voorafgaande op deze Willehalm blog geheel na te lezen, terwijl alle 12 hoofdstukken uit het vorig jaar in de slotkapel van het kasteel Zuylen in Oud-Zuylen ten gehore gebracht deel I over het Oude Testament hier te bestuderen zijn.

In paragraaf 1 van dit hoofdstuk 5 gaat het over de drie middelste "psychosofische" Zaligsprekingen, waarin nauwkeurig wordt uiteengezet hoe door de doordringende woordwerking van de Christusimpuls de gewaarwordings-, verstands- en bewustzijnsziel getransformeerd kunnen worden tot gerechtigheids-, barmhartigheids- en gewetensziel. Daarbij richt zich  de schrijver, die al vanaf het begin van zijn Bijbelbeschouwingen in 1933 naast veel lof ook heftige kritiek kreeg toebedeeld, aan het einde van de volgende alinea tot zijn antroposofische lezers met een appel om barmhartigheid in hun oordeelsvermogen te doen gelden: "Terwijl dus de doorchristelijkte verstandsziel tot de ziel van de barmhartigheid wordt, valt het het huidige bewustzijn niet mee om zich van een 'barmhartig verstand' enig idee te vormen. Spreekt immers alle ervaring ervoor dat het verstand, dat men met het begrip van een 'scherp verstand' pleegt te associëren, een harteloze meedogenloosheid, ja een innerlijke wreedheid van oordeelsvorming in zich draagt. Ook al denkt men de hardheid en de kilte van het verstand weg, kan men zich vandaag de dag nauwelijks iets positiefs onder een 'gevoelig' en 'warm' verstand voorstellen. In ieder geval is het dan erg moeilijk om het verstand nog als scherp te denken. Vaagheid en subjectiviteit in het oordeel lijken onvoorwaardelijke gevolgen van de 'verstandsverweking' te zijn. Nu is het echter mogelijk om met denkbaar heldere begrippen te oordelen, die innerlijk niet alleen glashelder, maar ook zonnewarm zijn. Dat dit mogelijk is – dit als een sociaal feit aan de wereld te tonen, dat is de taak die aan antroposofische mensen in hun wijze van elkaar en de wereld beoordelen, door Rudolf Steiner en de spirituele wereld werd toevertrouwd."
In paragraaf 2 worden vervolgens de drie laatste Zaligsprekingen in verband gebracht met de drie geestelijke wezensdelen van de mens, te weten geestzelf, levensgeest en geestmens. Daarin wordt bij de behandeling van de 8ste Zaligspreking als een soort aanvulling op de 4de Zaligspreking het begrip "Derde Rijk" ingevoerd: "Zoals de Christusimpuls in de gewaarwordingsziel haar innerlijke harmonisatie, de Dikaiosyne (gerechtigheid) als een innerlijke toestand bewerkt, zo bewerkt de uit de levensgeest (Buddhi) levende mens een objectieve harmonisering van de lotsverhoudingen van de mensheid. Hij 'hongert en dorst' niet alleen naar de gerechtigheid, maar hij co-creëert deze in de mensheid. - Door zo op te treden werkt hij als een vertegenwoordiger, niet van de luciferisch-menselijke en ook niet van de ahrimanisch-menselijke wereld, maar in het bewustzijn van een verderop gelegen rijk, het Derde rijk dat niet van deze wereld is. Daarom moet hij echter in de ogen van de vertegenwoordigers van de andere twee rijken uiteraard vreemd overkomen; en door de vertegenwoordigers van het rijk waarvan hij de zegerijke opmars heeft verijdeld, zelfs gehaat. Aldus zal het lot van de levensgeest-dragende mens onder de mensen daaruit bestaan dat hij veel vervreemding en veel haat om zich heen zal opwekken moeten. Daarbij blijft hij echter in voortdurende intuïtieve verbinding met het Derde rijk, het Rijk der hemelen. Want de levensgeest (Buddhi) betekent de doordringing van de menselijke wezenheid met de Christusimpuls vanuit het Ik naar beneden tot in het levenslichaam. – Zo mag de achtste spreuk begrepen worden als het karma van hen die de levensgeest vertegenwoordigen: 'Zalig zijn zij die vervolgd worden omwille der gerechtigheid, want hunner is het Rijk der hemelen'".

Wat natuurlijk hier direct opvalt is de huidige associatie van het woord "Derde Rijk" met het tevens zo genoemde, maar in zijn aard precies het tegenovergestelde "Derde Rijk" van Adolf Hitler, dat uiteindelijke door de zelf-vernietiging van Midden-Europa tot de vernietiging van geheel Europa als een wereldmacht leidde, iets dat echter toen Valentin Tomberg deze beschouwing in januari 1937 schreef nog maar verschrikkelijk weinig mensen werkelijk door hadden dat dit lot hun te wachten stond. 


Deze paragraaf 2 eindigt met een voetnoot die een verband legt tussen de laatste drie zaligsprekingen en de spreuken waarmee Rudolf Steiner de heroprichting van de Antroposofische Vereniging tijdens de Kerstbijeenkomst 1923/24 in Dornach inaugureerde: "Wie de grondsteenmeditatie van Rudolf Steiner met het bovenstaande vergelijkt, zal kunnen begrijpen, dat vandaag op een geheel andere wijze de laatste drie spreuken van de zaligsprekingen door Rudolf Steiner zijn opgestaan. Want bij deze drie spreuken van de Vader, de Zoon en de Geest gaat het om een opstanding van de drie laatste Zaligsprekingen van de Bergrede." Dit sloot aan bij zijn mededeling in de bijlage tot het vierde hoofdstuk "De eerste drie zaligsprekingen van de Bergrede als formules van de treden van het initiatiebewustzijn" dat hij een klein geschrift over zijn onderzoeksresultaten over  Grondsteenmeditatie had geschreven, waaraan in 1937 deel 2 "De grondsteenmeditatie van Rudolf Steiner als basis voor een levensverdieping" en in 1939 deel 3 "De grondsteenmeditatie van Rudolf Steiner als openbaring van de ware verhoudingen van de mens tot de natuur" nog toegevoegd werden.

Uit deze inspirerende teksten, men moge ze zelf nalezen, blijkt dat met de stichting van algemene Antroposofische Vereniging Rudolf Steiner niets anders dan een nieuwe fase in de het door Christus Jezus gestichte Derde Rijk der Hemelen op Aarde heeft ingeluid.

Nog duidelijker wordt het in paragraaf  3. "De kosmische betekenis van de Zaligsprekingen van de Bergrede" aan de hand van de twee de Bergrede direct volgende zinsneden "Gij zijt het zout der Aarde" en "Gij zijt het licht der wereld" dat Valentin Tomberg hier met name de antroposofen aansprak om mede door het ter harte nemen van zijn inspirerende beschouwingen trouw te blijven aan de vormgeving van een werkelijk spirituele gemeenschap als een 'stad op de berg' om op deze wijze het ware Derde Rijk te verwerkelijken. Hij schrijft:  "Omdat het in de zin van de Christusimpuls gecultiveerde geestesleven geen speciale doeleinden kan dienen, is het altijd een gemeenschapsaangelegenheid. Het brengt mensen samen en verenigt hen op organische wijze. Maar deze gemeenschap mag zich geen 'doelen' en 'taken' stellen die het algemeen menselijke doen en streven beheersen. Het dient een niveau te verkrijgen dat, gerelateerd aan het niveau van de algemene gewoontes, zich als een berg ten opzichte van een dal verhoudt. De door de Christusimpuls gevormde spirituele gemeenschap moet als een "stad op de berg" zijn. En juist dit verschil moet het zijn wat haar in de wereld zichtbaar zal maken. Haar  bestaansrecht heeft daaruit te bestaan, dat ze enerzijds er voor iedereen is, maar dat ze zich boven het niveau van de normale praktijken van macht, strijd en rivaliteit verheft. Het enkele feit dat ze zich, door het ontbreken van de uitgangspunten van macht, strijd en rivaliteit van het algemeen gangbare onderscheidt, maakt haar net zo duidelijk waarneembaar als een op een berg gelegen stad waarneembaar is. - In het beeld van de op een berg liggende stad, die 'niet verborgen kan blijven' juist omdat ze op de berg ligt, is de oplossing van de kwestie van 'het exoterische en het esoterische' van een geestelijke gemeenschap gegeven. Wat een gemeenschap tot een esoterische maakt, is het feit van haar niveau – dat niveau mag niet verraden worden, want het is de bestaansrechtvaardiging van een dergelijke gemeenschap. En dit niveau is tegelijk datgene waardoor een dergelijke gemeenschap tot een exoterisch vruchtbare wordt. Want als bv. de altruïstisch gecultiveerde geestelijke gemeenschap als geestelijke kennis, d.w.z. als zuivere geesteswetenschap in de wereld staat, zonder tot andere in de wereld gangbare methoden van 'bewijsvoering', 'wetenschappelijke verantwoording' en dergelijke haar toevlucht te nemen, dan zal ze als richtinggevende en inspirerende verschijning haar volledige rechtvaardiging verkrijgen – ja, des te vruchtbaarder zal zij zich op andere levens- en onderzoeksgebieden bewijzen, indien zij, onbeïnvloed door deze gebieden, zichzelf trouw blijft. Wordt zij daarentegen omwille van zichzelf, d.w.z. niet door liefde tot het licht bedreven, maar om op wetenschappelijke, sociale, esthetische enz. gebieden een voorsprong op andere mensen te halen, dan is haar bedrijfsvoering niet meer belangeloos, en de op deze manier werkende mensengroepen scheppen geen licht wat de Aarde tegenover de geestelijke wereld zichtbaar maakt."

Het mocht helaas niet baten, "macht, strijd en rivaliteit" sloegen toe en samen met de oppositie die Valentin Tomberg en zijn geestverwanten te verduren kregen, nota bene vooral van antroposofische zijde, om in navolging van Rudolf Steiner dit Godsrijk verder op en uit te bouwen, opende dit, geestelijk gezien, de sluizen voor de totstandkoming van het antichristelijke Derde Rijk van hel op Aarde dat miljoenen van slachtoffers heeft geëist. - Nu staan we voor de uitdaging die de stichting van het Kalifaat in het Midden-Oosten aan de Christenheid stelt. Is er een ander werkelijk universeel, menselijk en duurzaam antwoord hierop dan wat Christus Jezus in zijn zaligsprekingen ons heeft aangekondigd en toevertrouwd?  

De betekenis daarbij van het Onze Vader wordt door Valentin Tomberg aan het einde van hoofdstuk 5 als volgt verwoord: "Door de afsluiting van de beschouwing van de negen Zaligsprekingen werd een stap gezet in de richting van de kennis omtrent de werking van Christus Jezus door het woord. Nu betekenen echter de negen Zaligsprekingen de weg van de mens tot de Zoon. Een verdere stap zou de beschouwing van de weg betekenen die door de Zoon naar de Vader leidt. Deze verdere stap wordt door Christus Jezus in de Bergrede gezet, doordat de zeven beden van het Onze Vader werden gegeven. De zeven beden van het Onze Vader vertegenwoordigen de verhouding waarin de mens tot de Vader-God kan komen te staan, wanneer hij – in de zin van de negen Zaligsprekingen – zich met de Zoon heeft verbonden. Men begrijpt de verhouding van de Zaligsprekingen tot het Onze Vader in zijn diepere betekenis, wanneer men de woorden van Christus Jezus: 'Niemand komt tot de Vader dan door Mij' als sleutel gebruikt. Want deze woorden leveren de innerlijke draad die van de Zaligsprekingen naar het Onze Vader loopt. - Het Onze Vader is dus – in een diepere zin – een voortzetting van het door de Zaligsprekingen geopenbaarde. Om deze reden zal de volgende beschouwing de zeven beden van het Onze Vader tot onderwerp hebben."

Op zondagmiddag 8 maart zal dus in de bibliotheek van het Willehalm Instituut in de reeks voorlezingen "Het Nieuwe Christendom" het 6de hoofdstuk "Het onze vader als weg tot lotsverbinding met God de Vader" ter sprake komen, dat uit drie delen bestaat: 1. Het heersen van de Drie-eenheid in het lot van de mensheid: 2. Enkele algemene gezichtspunten over het Onze Vader als geheel; en 3. De zeven beden van het Onze vader als de weg naar een nieuwe lotsverbinding  met God de Vader."

Voor deelname is aanmelding verplicht. Info@willehalm.nl  



  

maandag 5 januari 2015

Aankondiging Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.): "Het Nieuwe Christendom (II) - Ter Herkerstening van de Lage Landen"



In het voorjaar van 2014 werden in de Slotkapel te Oud-Zuilen onder de titel Het Nieuwe Christendom de 12 hoofdstukken uit deel 1 van het nog te verschijnen boek Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament, het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes van de christelijke hermetist Valentin Tomberg (1900 – 1973) door de vertaler/uitgever Robert Jan Kelder voorgelezen, die hier nagelezen kunnen worden. Deze eerste reeks zal nu in 2015 in de bibliotheek van het Willehalm Instituut te Amsterdam voortgezet worden door een reeks van 15 zondagmiddagvoorlezingen als inleiding op de antroposofie en commentaar op het tijdsgebeuren met ruimte voor gesprek, voorafgegaan een week eerder door een inleiding op leven en werk van Valentin Tomberg in een poging om hem te vrijwaren van de met name door Sergei Prokofieff gemaakte aantijgingen als zou hij noch de antroposofie en het katholicisme, waarop hij zich vanaf 1944 had gericht om deze een verdieping aan te bieden, een goede dienst zou hebben bewezen. De eerste lezing op 1 februari zal voorafgaan door een kleine tentoonstelling op de gang binnen en buiten het Willehalm Instituut onder de titel "Michael-Sophia in nomine Christi - Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.)" die op die middag om 14 uur geopend zal worden en die tot en met 21 juni van 14.00 tot 15.00 zondagsmiddag gratis bezocht kan worden (doordeweeks op afspraak).

Antroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament

25 januari:          "Michaël-Sophia in nomine Christi" Inleiding op het leven en werk van Valentin Tomberg (1900-1973)
1 februari:          I. De verzoekingen in de woestijn
8 februari:          II. De uitwerking van de verzoeking in de aardemissie van Jezus Christus en in het lot    van de mensheid
15 februari:        III. De zaligsprekingen van de Bergrede
22 februari:        IV. De drie eerste zaligsprekingen van de Bergrede als spreuken van de stadia van het      initiatiebewustzijn
1 maart:             V. Zielsmatige ontwikkelingswegen en geestelijke lotsgevallen in samenhang met de zaligsprekingen van de Bergrede
8 maart:              VI. Het Onze Vader als weg tot de lotsverbinding met de Vadergod
15 maart:            VII. De tekenen en wonderen van Jezus Christus naar het Evangelie van Johannes
22 maart:            VIII. De genezing van de blindgeborene en de opwekking van Lazarus
29 maart:            IX. De weg van de Passie
5 april:                X. De hogere stadia van Passie
17 mei:               XI. Het Mysterie van Golgotha
24 mei:               XII. Het Pinkstergebeuren

Antroposofische beschouwingen over de Openbaringen van Johannes
31 mei:               I. Gewicht, maat en getal in de geestesgeschiedenis van de mensheid
7 juni:                II. De Epistels aan de Gemeenten van de huidige tijd
14 juni:              III. De Epistels aan de Gemeenten van de toekomst
21 juni:               Terugblik en vooruitzicht

Plaats:              Willehalm Instituut, Kerkstraat 386A,  1017 JB Amsterdam
Tijd:                 15.00 -18.00 uur met een ruime thee- of koffiepauze en daarna (mogelijk) gezamenlijk avondeten
Entree:             Aanmelding verplicht. Vrijwillige bijdrage van een richtbedrag van €10  (inclusief consumpties)
Info:                  Robert Jan Kelder; tel.  020-6944572; info@wilehalm.nl

(Wijzigingen voorbehouden)

maandag 4 augustus 2014

"God, Nederland en Oranje" - Najaarsprogramma van de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.)





De Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.), waarover op 28 mei j.l. een petitie aan koning Willem-Alexander werd  ingediend om als grootmeester van de Militaire Willemsorde een complementaire, civiele orde van het Woord in te stellen, treedt dit najaar met een aantal evenementen en voornemens naar buiten die alleszins in het licht van de missie van deze nieuwe orde staan: het bevorderen en beschermen van datgene wat Rudolf Steiner in 1924 te Arnhem als zijnde de inspiratiebron in de geestelijke wereld van de antroposofie, of te wel de wetenschap van de Graal, heeft genoemd, namelijk Het Nieuwe Christendom.


Zo zal de aan Belle van Zuylen opgedragen reeks voorlezingen uit het boek “Jezus van Nazareth en het mysterie van de Heilige Graal – Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament” van Valentin Tomberg, die dit voorjaar in de Slotkapel te Oud-Zuilen in het kader van Het Nieuwe Christendom gehouden werden door de vertaler Robert Jan Kelder, op zondagsmiddags van 28 september tot en met 21 december herhaald worden, en wel als een inleiding op de antroposofie in het antroposofische centrum op de Riouwstraat 1 in de Hofstad, Den Haag. Aldaar zal daarmee op zondagmiddag, 28 september een begin worden gemaakt met een inleiding onder de titel “God, Nederland en Oranje” op dit baanbrekend christologisch werk alsmede op de schrijver Valentin Tomberg (1900-1973, zie afb.), die tussen 1938 en 1944 in ons land woonde en werkte (in 1938 trad hij in dienst als secretaris bij het Estlandse ereconsulaat in Amsterdam en hield voorlezingen voor de Antroposofische Vereniging in het hele land, zo ook twee cycli in Rotterdam, waarvan de eerste onlangs onder de titel “Innerlijke ontwikkeling en de christelijke Rozenkruiser-weg” onlangs in boekvorm bij Achamoth Verlag is verschenen, en de tweede “De vier Christusoffers en het verschijnen van Christus in het etherische”  in voorbereiding is).

Tevens zal uitgelegd worden waarom deze reeks voorlezingen dit keer opgedragen is aan het Oranjehuis, met name aan koningin Wilhelmina, die na haar aftreden in 1948 zich een “vorstelijke taak” in dienst van een ondogmatisch, nieuw christendom had gesteld (zie haar “heilsboodschap met autobiografische elementen”: “Eenzaam maar niet alleen”, ook voorhanden als PDF-bestand). Hiermee begaf ze zich rechtstreeks in de voetsporen van de stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis in Zuid-Frankrijk:  de 9de eeuwse Frankische Willem van Oranje, de Willehalm van het gelijknamige heldendicht van Wolfram von Eschenbach over deze beschermheilige van het Keltische christendom (zie afb.) en schutspatroon van de ridders, naar wie ook de in 1815 door koning Willem I ingestelde Militaire Willemsorde is genoemd.

(Update 6 oktober 2014:“Deze in Motief van augustus aangekondigde reeks van 12 voorlezingen dit najaar uit het boek “Jezus van Nazareth en het mysterie van de Heilige Graal – Antroposofische  beschouwingen over het Oude Testament” van Valentin Tomberg in “De Zalen”, Riouwstraat 1, Den Haag gaat vanwege gebrek aan belangstelling, mede door tegenwerking van de voormalige leider van het Haagse Studiecentrum voor Antroposofie dhr. Panhuys die met beroep op het ondeugdelijke onderzoek van S. O. Prokofieff Valentin Tomberg afschilderde als een tegenstander van de antroposofie, niet door. Wel kunnen de teksten op de blog http://Tomberg-over-het-Oude-Testament.blogspot.nl gelezen worden totdat het boek zelf verschijnt.”


“De Deugden – Op naar een nieuwe hoffelijkheid”
In plaats van de therapeutische verluchtingen van de kunstschilder Jan de Kok voor de titelpagina en de 12 maandmeditaties van het boek “De Deugden – Jaargetijden van de ziel” van Herbert Witzenmann, die onder bovengenoemde titel in de Slotkapel te Oud-Zuilen tijdens de reeks voorlezingen in het voorjaar tentoongesteld werden, zullen voor de voorlezingen in de Hofstad fotokopieën ervan te zien en lezen zijn. De echte doeken zullen tezamen met de meditatieve teksten in een door de Antroposofische Vereniging in Duitsland georganiseerde overzichtstentoonstelling van werken van Jan de Kok van 21 september tot 19 november in het Rudolf Steiner Haus in Stuttgart, te bezoeken zijn. 


Jezus van Nazareth en het mysterie van de Heilige Graal
Vóór de kerst zal dan het oorspronkelijk aan Duitse antroposofen met de nodige voorkennis gerichte boek van Valentin Tomberg over Jezus van Nazareth als samenvatting en vervulling van het Oude Testament zelf worden gepresenteerd met een gedegen inleiding en een verklarende woordenlijst van antroposofische begrippen, zodat het in principe nu ook voor een breder publiek toegankelijk wordt en zodanig aangeboden en opgevat kan worden als een christologische bijdrage aan de broodnodige herkerstening van de Lage Landen – uiteraard niet op de hardhandige manier van te vuur en te zwaard, zoals Karel de Grote die hanteerde bij de kerstening van de vrijheidslievende Friezen en Saksen door o.m. de heilige Liudger, waartegen diens en Karels leraar Alcuinus, de geestelijke leider van het Karolingische rijk, zich hevig maar tevergeefs had verzet. (Update: ook dit project heeft met vertraging en tegenwerking te kampen...)



Het Vijfde Evangelie

Tijdens de kersttijd zal dan tevens als aanvulling op “Jezus van Nazareth en het mysterie van de Heilige Graal” het reeds lang vertaalde en aangekondigde  boek “De Jezusmysteriën – Rudolf Steiners Evangeliënchronologie en de Christusprofetie van Zarathoestra” van Werner Greub, een excerpt over het mysterie van de twee Jezuskinderen uit het derde deel van zijn omvattende Graaltrilogie “Willem van Oranje, Parzival en de Graal - Wolfram von Eschenbach als historicus”, aan het daglicht worden gebracht.  Het voornemen daarbij is ten eerste om deze twee boeken te presenteren in een gewijde omgeving, waar een geesteswetenschappelijke onderbouwde aansporing van Werner Greub is verwezenlijkt, namelijk het inrichten van een Herders- èn een Koningskribbe teneinde recht te doen aan de gedifferentieerde geboorteverhalen van het Lucas- en Mattheüsevangelie, die waarachtig berichten van de werkelijke geboortes op verschillende tijdstippen (de een vóór en de ander na de dood van Herodes) van een liefdes- èn een wijsheidskind uit twee verschillende, maar beide Maria en Josef genoemde ouderparen uit verschillende woonplaatsen (Nazareth en Bethlehem). Deze even verbluffende als Bijbelgetrouwe oplossing van dit eeuwenoud raadsel, en vervolgens de eenwording c.q. samensmelting van de wezensdelen van de twee Jezuskinderen bij het bezoek van het 12-jarige Lukaskind aan de tempel van Jerusalem tot de ene Jezus van Nazareth, die als Graalskelk tijdens de Jordaandoop Christus als Zoon van God in zich kon opnemen en na 3⅓ jaar in Palestina als Christus Jezus gekruisigd werd, hetgeen dan pas Zijn eigenlijke geboorte als geest van de aarde inluidde [1] – al deze heilige mysteriegebeurtenissen zijn voor het eerst als onderdeel van het Nieuwe Christendom door Rudolf Steiner vanaf 1912 o.m. in zijn voordrachten onder de titel “Het Vijfde Evangelie” geopenbaard. Iets wat overigens de meeste theologen hem tot op de dag vandaag niet in dank afgenomen hebben. Integendeel, hij zag aangezien de grote consternatie die dit in dogmatische kerkkringen veroorzaakte, tot aan gevaar voor eigen leven, zich genoodzaakt om zijn oplossing van het mysterie van de twee Jezuskinderen, zoals Werner Greub aangeeft, in verhullende formuleringen te kleden.


“Zelden is een groter wonder geschied!”

Ten tweede is er het voornemen om rond die Kersttijd in samenwerking met een planetarium (bv. Artis in Amsterdam) een voorstelling te presenteren van de Ster van Bethlehem als zijnde de hemelse constellatie waaronder de geboorte van het Jezuskind uit het Mattheüsevangelie zich voltrokken heeft, d.w.z. een drievoudige conjunctie van de planeten Saturnus en Jupiter in het sterrenbeeld Vissen van het jaar 7 v.Chr., een constellatie die volgens het hoofdstuk “Wolframs astronomie” uit het voorheen genoemde eerste deel van de Graaltrilogie van Werner Greub zich 854 jaar later op Pinksteren 12/13 mei 848 herhaald heeft als de “Ster van Munsalvaesche” boven de hemel van de Arlesheim Hermitage, alwaar zich in dit oeroud Keltisch heiligoord ten zuiden van Bazel het aantreden van het Graalkoningschap van Parzival op het Graalpaleis Munsalvaesche voltrok, een gebeurtenis waarover vlak daarna de kluizenaar Trevrizent tegenover Parzival verbaasd uitroept: “Zelden is een groter wonder geschied, dat Zijn oneindige Drievuldigheid uw wens heeft ingewilligd.” (P. 798: 1-5).  (Werner Greub duidt deze gebeurtenis in zijn “Willem van Oranje, Parzival en de Graal” op blz. 244 als volgt: “Daarmee wijst Trevrizent op de eigentijdse impuls in de geschiedenis die sinds het tijdstip van de drievoudige conjunctie in het sterrenbeeld Vissen mogelijk is geworden. Tot dan toe hielp al het streven naar de Graal niet; men moest door de hemel tot de Graal geroepen zijn. Met Parzival is dit anders geworden. Parzival had door zelfstandig denken en bewust streven naar de Graal zelf de voorwaarden geschapen waardoor hem de Graal ten deel viel. Dit is een absoluut novum, het eigenlijke grote wonder in de graalgeschiedenis.”).

Niet minder wonderbaarlijk en op het eerste gezicht ongelooflijk is dat Wolframs bron en zegsman Meester Kyot de Provençaal, de spiritus rector van het gehele Graalgebeuren, volgens het onderzoek van Werner Greub, niemand anders is dan onze Willehalm zelf, de stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis! (Op www.willehalm.nl is het hele eerste deel van het graalonderzoek van Werner Greub te lezen hoe hij tot dit opmerkelijk resultaat is gekomen.)


Driegeleding van het sociale organisme

Wanneer nu met Zijn Opstanding Christus de geest van de aarde is geworden, dan vormt de hele aarde Zijn lichaam. Dit heeft als onderdeel van Het Nieuwe Christendom natuurlijk ook verregaande implicaties voor de huishouding van onze planeet door de mensheid: de wereldeconomie. En wat betreft de wijze waarop dat op een rechtvaardige, dus mens- en aardelievende manier dient te geschieden, hebben wij ook aan Rudolf Steiner een wezenlijke bijdrage te danken, en wel in de vorm van zijn voor economiestudenten in 1922 te Dornach, Zwitserland gehouden cursus over de Wereldeconomie [2] als de nieuwe vorm van de door hem in 1919 met zijn boek “Kernpunten van het sociale vraagstuk” in de openbaarheid geïnaugureerde impuls voor de driegeleding van het sociale organisme, d.w.z. vrijheid in het geestesleven, gelijkheid in het rechtsleven en broederschap in het economische leven. Want, zo legt Rudolf Steiner (zie afb.) immers aan het begin van deze cursus Wereldeconomie uit: “De hele aarde vormt, als economisch organisme gedacht, het sociale organisme.” (Eerder had Rudolf Steiner intern tevergeefs geprobeerd met memoranden aan gezanten van de keizerlijke regeringen van Duitsland en Oostenrijk de idee van de sociale driegeleding als vreedzame oplossing aan te bieden voor het kruitvat en splijtzwam, met name in de Balkan en Oost-Europa, dat de nationaliteitenvraagstuk heette, en dat tot op de dag van vandaag als een nog steeds niet opgeloste oorzaak van de Eerste Wereldoorlog een ernstige bedreiging voor de wereldvrede vormt; zie meer hierover in mijn beschouwing “Rudolf Steiners reddingsimpuls voor Europa".)


“Een Nieuwe Economische Orde” in het Nieuwe Volkspaleis

Welnu, Ter viering van de huidige, ware tijdgeest Michaël als het aangezicht van Christus de bestrijder van “de onrechtmatige vorst van deze wereld” die vooralsnog bijna de hele mensheid en de wereldeconomie in zijn ijzeren greep houdt, zal nu op 29 september in de Beurs van Berlage “Een Nieuwe Economische Orde – Rudolf Steiners sociale organica”, de derde en laatste van de op de cursus Wereldeconomie gebaseerde sociaalwetenschappelijk studies van de wijlen filosoof/antroposoof èn industrieel Herbert Witzenmann gepresenteerd worden (deze twee eerdere publicaties zijn “De rechtvaardige prijs – Wereldeconomie als sociale organica” en “Geldordening als bewustzijnskwestie  - Een nieuwe financieel stelsel vereist een nieuw beschavingsprincipe”).
Afhankelijk van de weerklank die deze boekpresentatie teweeg brengt, kan er dan een regelmatig plaatsvindende werkgroep gestart worden om de ideële voorwaarden te scheppen, die nodig zijn om de huidige van de ene crisis naar de andere voortkwakkelende wereldeconomie, die gebaseerd is op egoïsme, hebzucht en een ontoereikend fysicalisch-mechanisch mens- en wereldbeeld, om te vormen tot een zodanige gebaseerd op broederschap en een holistische d.w.z. antroposofische visie op de mensheid en de aarde als een sociaal organisme.  Dit is wat de sociale organica van Rudolf Steiner als een nieuw, universeel beschavingsprincipe, ja een “moderne Godsdienst” (Herbert Witzenmann) behelst en beoogt. Wordt dit (weer) afgewezen, dan kan de huidige crisissituatie, die lijkt op de omineuze situatie van precies 100 jaar geleden, toen de enorme tegenstelling tussen de industriële ontwikkeling in Engeland en Duitsland door een gebrek aan wakkerheid en wilskracht van de politieke elite om de praktische ideeën, die er wel degelijk waren, om te zetten in concrete daden, uitmondde in de Eerste Wereldoorlog, voor een herhaling van deze mensheidscatastrofe zorgen.[3]

De socialist Berlage schreef ook 100 jaar geleden tijdens zijn werk aan deze beurs: “Ik besef me dat dit het meest kapitalistische gebouw van Amsterdam is, maar zodra de economie instort wordt deze beurs een volkspaleis. Een plek waar ontmoetingen, kennis delen en samenwerken centraal staan.” De website waar daaraan herinnerd wordt en sprake is [update: cq. was] van “Het Nieuwe Volkspaleis”, meldt: “Het heeft 100 jaar geduurd, maar dankzij deze brief liggen de visies van de Beurs van Berlage en Seats2meet.com volledig op een lijn.” Of deze visies werkelijk voldoende zijn om een instorting van de wereldeconomie te voorkomen, ondanks de goede intenties,  is de grote vraag. Wat ik er tot nu toe van heb gezien, betwijfel ik dat. Maar goed, wat er nog niet is kan komen, de wonderen zijn de wereld nog niet uit…

Najaarsprogramma 2014 van de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.)

28 sept. 15.00 -18.00 uur:    “God, Nederland en Oranje” – Inleiding op de antroposofie of te wel de wetenschap van de Graal in de vorm van een reeks van 12 voorlezingen uit het boek “Jezus van Nazareth en het mysterie van de Heilige Graal – Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament” van Valentin Tomberg met de begeleidende tekst- en schilderijententoonstelling “De Deugden – Op naar een nieuwe hoffelijkheid” door de vertaler Robert Jan Kelder. Tevens een rechtvaardiging van het besluit om deze reeks voorlezingen in het kader van Het Nieuwe Christendom op te dragen aan het Oranjehuis, met name aan Koningin Wilhelmina en de stichter van het oorspronkelijk Oranjehuis: Willehalm, de Frankische Willem van Oranje. Locatie is het antroposofisch studiecentrum op de Riouwstraat 1, 2585 Den Haag. Toegang is gratis, vrijwillige bijdrage gewenst. Dit centrum is niet de organisator van deze reeks voorlezingen.
29 sept. 18.30 – 21.00 uur: Boekpresentatie van “Een Nieuwe Economische Orde – Rudolf Steiners sociale organica” van Herbert Witzenmann door de vertaler Robert Jan Kelder. Locatie is de Raadszaal van de Beurs van Berlage (Oudebrugsteeg 9, 1012 JN Amsterdam). Toegang  is 30 Euro p.p., inclusief de publicatie en een drankje . Graag aanmelden i.v.m. met de catering en opstelling http://Een-Nieuwe-Economische-Orde.blogspot.nl/

5 okt. 15.00 – 18.00 uur:    I. Over het wezen van het Oude Testament. Begin van de zondagsmiddagvoorlezingen van de 12 hoofdstukken uit “Jezus van Nazareth en het mysterie van de Heilige Graal – Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament” van Valentin Tomberg bedoeld als een inleiding op de antroposofie door de vertaler Robert Jan Kelder op de Riouwstraat 1, Den Haag. Zie ook de inleiding op deze reeks voorlezingen op 28 sept.
12 okt.:                                  II. De Jahwe-wezenheid. Haar betekenis in het wereldgebeuren en in de geschiedenis van de                                                    mensheid
19 okt.;                                  III. Abraham, Isaac en Jacob
26 okt.:                                  IV De geestesoverwinning van Jacob
2 nov.:                                    V. Het kwaad in het wereldkarma aan de hand van de Bijbel
9 nov.:                                    VI. Geestelijke leiding in de Oudtestamentische geschiedenis
16 nov.:                                  VII. Het karma van het Israëlische volk
23 nov.:                                  VIII. Mozes
30 nov.:                                  IX. David en Salomo
7 dec.:                                     X. De Babylonische gevangenschap en de wijsheid van Zarathoestra
14 dec.:                                  XI. De Heilige Geest en de werkzaamheid van Sophia in de Oudtestamentische geschiedenis
21 dec.:                                  XII. Jezus van Nazareth

Info:                                       Robert Jan Kelder, info@willehalm.nl
Tel:                                         020-6944572; 06-23559564

Noot:                                   Voorlopig zijn  hier  deze 12 hoofdstukken nog te lezen. Vóór de kersttijd zal het bovengenoemd boek van Valentin Tomberg en het dit werk aanvullend boek “De Jezusmysteriën – Rudolf Steiners Evangeliënchronologie en de Christusprofetie van Zarathoestra” van Werner Greub op een nog bekend te maken datum en locatie gepresenteerd worden i.s.m. een mogelijke inrichting van een Herders- èn een Koningskribbe, en een voorstelling van de Ster van Bethlehem als een herhaling van de Ster van Munsalvaesche (Greub) in een planetarium.. Medewerking is welkom.

(Wijzigingen voorbehouden)



[1] “Mijn Zoon zijt gij, Ik heb u heden verwekt” dient volgens Rudolf Steiner de juiste vertaling van de betreffende passage in het Lucas-Evangelie (3:22) te luiden, een vertaling die ook de priester Ogilvie van de Christengemeenschap in zijn vertaling van het Nieuwe Testament heeft gebruikt met een beroep op drie van de oudste kerkvaders, Justinus, Clemens en Origenes.
[2] Rudolf Steiner “Wereldeconomie”,  Uitg. Hesperia Rotterdam 1986; lang uitverkocht  maar een herdruk blijkt op komst.
[3] Dat er tevens duistere krachten in dienst van de “onrechtmatige vorst van deze wereld” bewust bezig waren om deze eerste oorlog van allen tegen allen te ontketenen, zoals Rudolf Steiner en na hem andere, onafhankelijke onderzoekers en criminologen, zoals Anthony Sutton (“Flushing Out Skull & Bones”), Heinz Pfeiffer (“Die Brüder des Schattens”) en Slobodan R. Mitric “(9/11: The Accusation – Bringing the Guilty to Justice”) hebben vastgesteld, kan hier niet verder vervolgd worden, anders dan te constateren dat deze onderzoeksresultaten onderdrukt worden door een onvrije, gemuilkorfde pers en genegeerd door een corrupt justitieel apparaat en dat ze dus tot nu toe nauwelijks tot de openbaarheid zijn doorgedrongen - en waar dit (per ongeluk) wel gebeurt, ze vaak worden afgedaan met de dooddoener "complottheorie".  

maandag 7 juli 2014

Nu compleet online - Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament"

Schematische tekening van de Christuskelk aan het einde van hoofdstuk 12

Op 6 juli jl. werd als extra voorlezing in de reeks "Het Nieuwe Christendom" in de Slotkapel te Oud-Zuilen het Aanhangsel van het boek "Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament" van Valentin Tomberg  door de vertaler  Robert Jan Kelder van de Willehalm Ridderorde (i.o.) ten gehore gebracht. Deze tekst is nu ook hier online geplaatst, waarmee het voorwoord en alle 12 hoofdstukken van dit boek, die zondagsmiddags van 6 april tot 6 juli jl. voorgelezen werden, voor beperkte tijd gratis na te lezen zijn. Zodra bekend gemaakt zal worden waar en wanneer in de Hofstad Den Haag deze reeks voorlezingen als een Inleiding op de antroposofie herhaald  zal worden, zal de online-versie van dit boek slechts beperkt toegankelijk worden. Over de voorwaarden daarvoor zal later meer informatie verstrekt worden. De voortzetting van deze reeks voorlezingen met de "Antroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes", die oorspronkelijk voor dit najaar aangekondigd waren, zal pas in het voorjaar van 2015 plaatsvinden.

dinsdag 1 juli 2014

Antroposofische Beschouwingen over het Oude Testament / Extra voorlezing


Valentin Tomberg (1900-1973)

Amsterdam 1 juli 2014 - In de Slotkapel te Oud-Zuilen werden van 6 april tot 29 juni zondagsmiddags van 15.00 tot 18.00 uur onder de titel “Het Nieuwe Christendom - Ter herkerstening van de Lage landen” de 12 hoofdstukken uit deel I van het in vertaling zijnde boek “Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament” van Valentin Tomberg door de vertaler en uitgever Robert Jan Kelder ten gehore gebracht. Het 12de en laatste hoofdstuk “Jezus van Nazareth” in deze aan Belle van Zuylen opgedragen, openbare reeks voorlezingen is een samenvatting van de voorafgaande 11 hoofdstukken, en is aan de gestalte van Jezus van Nazareth gewijd vóór het ogenblik van de doop in de Jordaan. Het bestaat uit vier onderdelen: 1. De afdaling van Christus en de Jezuswezenheid; 2. De Jezuswezenheid en de onschuldige zusterziel van Adam; 3. De Jezuswezenheid en de Nathanische Jezus en 4. Jezus van Nazareth als Christuskelk. Dit laatste deel eindigde met de volgende indringende woorden en een schematische tekening van de wezensdelen van de Christuskelk:

"Waar alle ware, gezonde menselijkheid naar verlangt is de vrije verbintenis van lichaam, ziel en geest in liefde.
Deze verbintenis was bij Jezus van Nazareth volkomen aanwezig. Daarom was en is het lichamelijk organisme van Jezus het bewuste of onbewuste onderwerp van het verlangen van de beste vertegenwoordigers van de mensheid [voorheen werden door de in 1973 gestorven schrijver, Valentin Tomberg als voorbeelden Goethe, Schiller en Leo Tolstoi genoemd]. Maar dit was ook de reden dat het hart van de wereld, Christus, in Jezus van Nazareth kon intrekken: de afdaling van Christus was het antwoord van de hemel op de liefde van de geest, ziel en het lichaam van de Nathanische Jezus.

Beschouwt men nu – aan het einde van het gehele werk aan het Oude Testament – de wezenheid van Jezus van Nazareth als kelk van Christus, dan was het een kelk waarvan de schaal uit het astraallichaam van de aartsengelwezenheid Jezus was gevormd, een schaal echter waarvan de binnenkant door het Zarathoestra-Ik en de buitenkant door Boeddha werd gevormd. Deze schaal werd door de “voet” van het ether-lichaam gedragen, waarin de onschuldige zusterziel van Adam leefde. Het onderste deel van de “voet” vormde het door de Jahweh-werkzaamheid voorbereide fysieke lichaam. Deze kelk was omgeven door een drievoudige omhulsel van de werkzaamheid van de Ik-wezenheid van de aartsengel Jezus, de Eliaswezenheid en de Sophia-wezenheid. Deze omhulde kelk, die door zeven geestelijke wezenheden gevormd werd, werd bij de Jordaandoop met de inhoud gevuld waarvoor het bestemd was.

Toen bij de Jordaandoop deze wonderbaarlijke kelk Christus in zich opnam, dan betekent het ook dat de schaal ervan de onsterfelijkheid in zich opnam. En toen Josef van Arimathia een wonderbaarlijke schaal van de Golgotha heuvel naar het verre Westen bracht, was het dezelfde schaal die voor altijd de eigenschap behield om zich met de Christusgeest te vullen.

Het mysterie van de Graal is het mysterie van de wezensdelen van Jezus die Christus in zich opgenomen hebben. De “afdrukken” van deze wezensdelen – zoals ze Rudolf Steiner kenmerkt – vormen in hun samenstelling het volledige mysterie van de Graal. Ze vormen de heilige beker waarin de “Heilige Graal” d.w.z. de Ik-afdruk van Christus-Jezus ontvangen kan worden.

Deze dingen vormen echter het onderwerp van de Beschouwingen over het Nieuwe Testament, die direct na deze slotbeschouwing over het Oude Testament zullen volgen. 
Want op het ogenblik dat boven Jezus van Nazareth bij de Jordaandoop geestelijk hoorbaar de stem klinkt: “Dit is mijn geliefde Zoon, heden heb ik hem verwekt” – eindigt de Oudtestamentische en begint de Nieuwtestamentische geschiedenis van de mensheid.


Jezus van Nazareth, de vrije mens, als Christuskelk


Dit hoofdstuk, zoals alle overige 11 plus de inleiding en voorwoorden zijn hier na te lezen. 

Extra voorlezing op 6 juli

Op zondagmiddag 6 juli as. van 15.00 tot 18.00 uur zal in de Slotkapel een extra voorlezing in deze reeks over “Het Nieuwe Christendom” plaatsvinden, waarin het Aanhangsel van Valentin Tomberg van zijn werk over het Oude Testament ten gehore zal worden gebracht. 

Tevens zal teruggeblikt worden op deze reeks en het leven en bijzondere werk van deze schrijver, en vooruitgeblikt op de voortzetting van deze reeks met het voorlezen van de 15 hoofdstukken uit deel II: “Jezus van Nazareth en het mysterie van de Heilige Graal - Antroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes” van Valentin Tomberg. 

Deze nieuwe reeks zal echter niet, zoals eerder aangekondigd, dit najaar plaatsvinden, maar pas volgende voorjaar in 2015. In plaats daarvan zal dit najaar een herhaling van deze reeks voorlezingen over het Oude Testament plaatsvinden, en wel in de Hofstad, Den Haag in de vorm van een gedegen inleiding in de antroposofie als wetenschap van de Graal, waardoor de begripsmatige toegang tot deze Antroposofische beschouwingen ook voor geïnteresseerde nieuwkomers tot de antroposofie in principe mogelijk wordt gemaakt.(Update: Deze lezingen gingen, behalve de eerste, niet door, mede door het nog steeds heersende vooroordeel dat Valentin Tomberg een erge tegenstander van de antroposofie zou zijn, iets dat vooral teruggaat op de hetze die Sergei Prokofieff met zijn schotschrift "Der Fall Tomberg" heeft veroorzaakt; zie hier een gedeeltelijke weerlegging daarvan.)  

De eigenlijke locatie, waar hopelijk ook de tentoonstelling “De Deugden – Op naar een nieuwe hoffelijkheid” ondergebracht kan worden, eveneens de tijden zal vóór eind juli bekend worden gemaakt. Tot die tijd zullen in ieder geval vanaf vandaag 1 juli alle voorwoorden, 12 hoofdstukken en vanaf 7 juli ook het Aanhangsel op internet nog te bestuderen zijn als een bijdrage aan de christologische grondslagen voor de herkerstening van de Lage Landen. 

Dit te helpen verwezenlijken is de hoofdopgave van de initiatiefnemer van deze openbare voorlezingen: de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.), waarvan het instellen in handen van koning Willem-Alexander ligt op basis van een op 28 mei j.l. aan hem ingediende petitie, die intussen onder behandeling is bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (zie http://Willehalm-Ridderorde.blogspot.nl.

Info: Robert Jan Kelder, Stichting Uitgeverij Willehalm Instituut
Kerkstraat 386A, 1017 JB Amsterdam;